Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiseres,
[naam 2] ,
[naam 3] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
2 februari 2026 bij Frankrijk een verzoek om terugname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek op 16 februari 2026 aanvaard op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening.
De rechtbank stelt voorop dat volgens Afdelingsrechtspraak ten aanzien van Frankijk nog altijd kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. [9] In de uitspraak van 5 april 2023 heeft de Afdeling geoordeeld dat alhoewel er wel kan worden aangenomen dat sprake was van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in Frankijk, niet is gebleken dat die problemen dusdanig structureel en ernstig zijn, dat bij overdracht aan Frankrijk op voorhand sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 van Pro het Handvest. [10] Het beroep van eisers op het meest recente AIDA-rapport (update 2024) van juni 2025 maakt dat niet anders. De Afdeling heeft bij uitspraak van 31 juli 2025 geoordeeld dat dit rapport geen wezenlijk ander beeld schetst dan de landeninformatie die de Afdeling bij de uitspraak van 30 augustus 2024 [11] heeft betrokken. Als eiseres en haar minderjarige kinderen toch problemen ervaren in het kader van de asielprocedure en opvangvoorzieningen, dan ligt het op hun weg om daarover de Franse autoriteiten te benaderen. Niet is gebleken dat klagen of het vragen van hulp bij de Franse autoriteiten voor eisers niet mogelijk zal zijn. De enkele verklaring van eiseres tijdens het aanmeldgehoor dat zij in Frankrijk hulp heeft gezocht maar door niemand is geholpen, acht de rechtbank daartoe onvoldoende.