ECLI:NL:RBDHA:2026:1455
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Loof
- G.A. van der Straaten
- B. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning wegens gevaar voor openbare orde en terugkeer naar Somalië
Eiser, met de Somalische nationaliteit, kreeg zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd meerdere malen toegekend en verlengd, maar ook ingetrokken wegens een gevaar voor de openbare orde. De minister trok de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 31 januari 2017 in en legde een zwaar inreisverbod op. Eiser betwistte dit besluit en voerde diverse beroepsgronden aan.
De rechtbank oordeelt dat de minister het juiste toetsingskader hanteerde, namelijk de glijdende schaal uit artikel 3.86, vijfde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, en dat de intrekking met terugwerkende kracht tot 31 januari 2017 gerechtvaardigd is. De rechtbank vindt de intrekking evenredig, omdat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende bescherming bieden tegen het gevaar dat eiser voor de openbare orde vormt.
Eiser stelde dat terugkeer naar Somalië niet mogelijk is en dat hij daar een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank acht dit niet aannemelijk, mede omdat Mogadishu niet onder controle van Al-Shabaab staat en eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij als Westerse jongeman een verhoogd risico loopt. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en de intrekking van de verblijfsvergunning in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de intrekking van zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 31 januari 2017 blijft in stand.