Eiser, een Vietnamese nationaliteit, verblijft sinds 1979 in Nederland en heeft meerdere malen een verblijfsvergunning gehad die uiteindelijk werd ingetrokken vanwege strafrechtelijke antecedenten. Na een positief zwaarwegend advies van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) over zijn situatie van buiten schuld niet kunnen vertrekken, wees de minister zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning af vanwege gevaar voor de openbare orde en legde een inreisverbod op.
De rechtbank oordeelt dat de minister het gevaar voor de openbare orde niet heeft beoordeeld naar de actuele stand van zaken en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het advies van DT&V niet doorslaggevend is. Daarnaast heeft de minister nagelaten de omstandigheid dat eiser niet kan terugkeren naar Vietnam mee te wegen in de belangenafweging, wat een motiveringsgebrek oplevert.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. Het oordeel benadrukt het belang van een zorgvuldige en actuele beoordeling van openbare orde aspecten en de menselijke maat in verblijfsvergunningszaken.