Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14468

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
NL25.34235
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onzorgvuldige leeftijdsvaststelling vreemdeling

Eiser, een Eritrese vreemdeling, betwist de vaststelling van zijn geboortedatum op 2000 in het bestreden besluit, terwijl hij een geboorteakte overlegt met de datum 2007. Beide leeftijdsschouwen door AVIM en IND concludeerden echter dat eiser meerderjarig is. Bureau Documenten stelde vast dat de geboorteakte vals is, waardoor deze geen waarde heeft.

De rechtbank oordeelt dat de leeftijdsschouw van AVIM niet voldoet aan de vereisten omdat alleen uiterlijke kenmerken en gedrag zijn benoemd zonder verklaringen, en dat de IND-schouw onvoldoende motiveert waarom uiterlijke kenmerken duiden op meerderjarigheid. Beide schouwen worden daarom buiten beschouwing gelaten.

Verweerder mocht wel nader onderzoek doen, maar heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de leeftijdsregistratie in Italië betrouwbaar is. Eiser heeft plausibel verklaard dat de registratie chaotisch en eenzijdig was. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onzorgvuldige leeftijdsvaststelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.34235
V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag 1] 2000, van Eritrese nationaliteit, eiser,
(gemachtigde: mr. A. Berends),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. M.L.A. Berkelmans).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de ingewilligde asielbeschikking van 4 juli 2025 (het bestreden besluit), waarin volgens eiser door verweerder van een onjuiste geboortedatum wordt uitgegaan.
1.1.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, de gemachtigde van eiser, R. Ibrahim als tolk in de taal Tigrinya en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Inhoud van de zaak
2. Het beroep van eiser is gericht tegen de vaststelling van zijn geboortedatum op [geboortedag 1] 2000 in het bestreden besluit. Eiser heeft een kopie van een geboorteakte overgelegd, waarop een geboortedatum van [geboortedag 2] 2007 staat vermeld. Eiser is geschouwd door de AVIM [1] en nadien door een hoormedewerker van de IND [2] . Bij beide schouwen heeft eiser verklaard dat hij geboren is op [geboortedag 2] 2007, maar bij de AVIM is unaniem geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is. Door de IND is naar aanleiding van de leeftijdsschouw ook evident geconcludeerd dat eiser meerderjarig is. Eiser heeft vervolgens zijn geboorteakte overgelegd aan Bureau Documenten om op echtheid onderzocht te worden. Uit dit onderzoek is gebleken dat de geboorteakte een vals document is. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is.
Bestreden besluit
3. Verweerder overweegt in het bestreden besluit dat vastgehouden wordt aan de geboortedatum [geboortedag 1] 2000 om de volgende redenen. [3] Eiser is zowel door AVIM als de IND geschouwd en meerderjarig bevonden. Verder is uit het Dublinonderzoek gebleken dat eiser in Italië bekend staat met de geboortedatum [geboortedag 1] 2000. De geboorteakte die door eiser is overgelegd is vals bevonden, waardoor aan het document geen waarde gehecht kan worden. Tot slot heeft eiser een kopie van een Health Card overgelegd, maar doordat dit slechts een kopie betreft kan er geen waarde gehecht worden aan het document.
Leeftijdsschouwen
4. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de leeftijdsschouw van de AVIM niet voldoet aan de vereisten. Eiser heeft terecht aangevoerd dat in de schouw enkel de kenmerken en het gedrag van eiser zijn benoemd, niet zijn verklaringen. Dit is door verweerder in het verweerschrift erkend. Omdat de rechtbank uit het verslag niet kan opmaken hoe de gedragingen van eiser hebben bijgedragen aan de conclusie dat twijfel bestaat over de leeftijd die hij heeft opgegeven is de rechtbank van oordeel dat verweerder de leeftijdsschouw van de AVIM niet heeft mogen betrekken bij haar standpunt dat twijfel bestaat over de leeftijd die eiser heeft opgegeven. De beroepsgrond slaagt.
5. Ten aanzien van de leeftijdsschouw van de IND stelt verweerder zich op het standpunt dat zowel de uiterlijke kenmerken, het gedrag en de verklaringen van eiser zijn betrokken. Ook wordt vermeld waar de schouw op is gebaseerd en dat hoewel de verklaringen van eiser overeenkomen met de opgegeven leeftijd, hij de uiterlijke kenmerken van een volwassen persoon heeft.
5.1.
In de leeftijdsschouw van de IND is het volgende opgenomen:
“Lichamelijke kenmerken:
  • Betrokkene heeft geen opvallende kraaienpoten/rimpels om de ogen;
  • Betrokkene heeft geen terugwijkende haargrens;
  • Betrokkene heeft geen duidelijk zichtbare groeven rond de mondhoeken;
  • Betrokkene heeft geen grijze haren;
  • Betrokkene heeft wel duidelijk zichtbare adamsappel;
  • Betrokkene heeft wel stoppels;
  • Betrokkene heeft wel beginnend vlassig/donzig snorretje;
  • Betrokkene heeft wel acne op zijn wangen/voorhoofd/kin;
  • Betrokkene heeft een verouderde huid.
Gedrag betrokkene:
Betrokkene is rustig en meewerkend. Betrokkene zoekt oogcontact.
Betrokkene heeft een actieve houding. Betrokkene is oplettend.
Verklaringen betrokkene:
Betrokkene heeft verklaard dat hij zeventien jaar oud is en geboren is op [geboortedag 2]
2007. Hij heeft verklaard dat hij gestart is met school in 2013 op vijf- of
zesjarige leeftijd, zeven jaar naar school is gegaan en gestopt is met school in
2022 op zijn vijftiende.
Schouw:
De verklaringen van betrokkene komen redelijk overeen met de opgegeven leeftijd. Echter heeft betrokkene de uiterlijke kenmerken van een volwassen persoon. Op basis van bovenstaande verklaringen en signalen oordeel ik dat geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling evident meerderjarig is.” [4]
5.2.
Uit de uitspraak van de Afdeling [5] van 20 augustus 2025 [6] volgt dat om tot een zorgvuldige schouw te komen in een individuele zaak, het van belang is dat de verslaglegging zorgvuldig gebeurt. Dit betekent dat alle observaties, vanaf de ontmoeting tot de afsluiting, in het verslag beschreven moeten zijn. Daarnaast moeten de conclusies van de schouw in de verslaglegging worden verbonden aan de observaties in het gehoor, bestaande uit de uiterlijke kenmerken, verklaringen en gedragingen van de vreemdeling.
5.3.
De rechtbank is van oordeel dat eiser terecht heeft aangevoerd dat bij de leeftijdsschouw van de IND de verbinding mist tussen de observaties en de conclusie. Uit de schouw blijkt dat de conclusie vooral is gebaseerd op de uiterlijke kenmerken van eiser. De schouwer heeft echter nagelaten om uit te leggen waarom deze uiterlijke kenmerken typerend zijn voor een meerderjarige en juist niet voor een minderjarige. Bovendien blijkt uit de schouw dat het gedrag van eiser niet betrokken is bij de conclusie. De schouwers hebben nagelaten uit te leggen welke verklaringen en signalen hebben geleid tot de conclusie dat sprake is van evidente meerderjarigheid en waarom deze verklaringen en signalen daartoe hebben geleid. De beroepsgrond slaagt.
6. Uit de uitspraak van de Afdeling van 17 maart 2026 [7] volgt dat in gevallen waar beide schouwen onzorgvuldig geacht worden en buiten beschouwing worden gelaten, dit niet wegneemt dat verweerder met het oog op zorgvuldige besluitvorming nader onderzoek mag doen naar de leeftijd van eiser. De vraag ligt nu voor of verweerder na de leeftijdsschouwen zorgvuldig nader onderzoek heeft verricht naar de leeftijd van eiser.
Nader onderzoek leeftijd
7. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling, waaronder de uitspraken van 9 oktober 2024 [8] , volgt dat het in beginsel aan de vreemdeling is om zijn identiteit, waaronder zijn geboortedatum aannemelijk te maken. Als verweerder twijfels heeft over de minderjarigheid van de vreemdeling, dan geldt als vertrekpunt de presumptie van minderjarigheid. Verweerder moet dan uitgaan van het vermoeden dat de betrokken vreemdeling minderjarig is. Het is aan verweerder om dat vermoeden te ontzenuwen en nader onderzoek te doen, waarbij alle feiten en omstandigheden moeten worden meegewogen. In dit kader mag verweerder niet onverkort op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat. Wel mag verweerder een leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling betrekken en daaraan gewicht toekennen. Hij zal dan steeds zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Als aan een leeftijdsregistratie alleen een eigen verklaring van een vreemdeling ten grondslag ligt, dan zal verweerder moeten informeren onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. De vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring omdat deze afwijking in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen.
7.1.
Eiser stelt dat verweerder ten onrechte zonder nader onderzoek de leeftijdsregistratie van de Italiaanse autoriteiten heeft overgenomen. De leeftijdsvaststelling van verweerder is namelijk niet in lijn met hetgeen de Afdeling heeft overwogen. Zo heeft verweerder bij de wijziging van de geboortedatum op geen enkele manier toegelicht waarop de leeftijdsregistratie is gebaseerd en is het onduidelijk hoe de leeftijdsregistratie in Italië heeft plaatsgevonden. Ook heeft eiser verklaard dat er bij zijn inreis in Italië zoveel mensen inreisden dat de Italiaanse autoriteiten zelf de leeftijd hebben ingevuld. Ze hebben aan eiser nooit zijn leeftijd gevraagd. Omdat de autoriteiten minderjarigen opvang moeten geven en bekostigen geven ze de mensen meestal een meerderjarige leeftijd. [9]
7.2.
Verweerder heeft in het verweerschrift erkend dat in het besluit onvoldoende is toegelicht waarop de leeftijdsregistratie in Italië is gebaseerd en welke waarde daaraan wordt toegekend. Verweerder verzoekt de rechtbank het gebrek te passeren [10] , omdat volgens verweerder uit het antwoord van de Italiaanse autoriteiten op het ingestelde onderzoek naar de leeftijdsregistratie volgt dat deze enkel heeft plaatsgevonden op basis van de verklaringen van eiser. De uitleg van eiser over de wijze waarop de leeftijdsregistratie in Italië heeft plaatsgevonden is volgens verweerder niet plausibel. Doordat de naam en nationaliteit van eiser wel correct zijn genoteerd ligt het volgens verweerder niet voor de hand dat vanwege de drukte enkel de leeftijdsregistratie niet zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Dat alleen is gevraagd naar de naam van eiser en vingerafdrukken zijn afgenomen maar dat er uit tijdsgebrek een geboortedatum wordt verzonnen is niet plausibel. Ook acht verweerder het niet plausibel dat de Italiaanse autoriteiten opzettelijk niet naar de leeftijd van eiser hebben gevraagd.
7.3.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiser over de leeftijdsregistratie in Italië niet plausibel zijn. Eiser heeft uitgebreid verklaard hoe de registratie heeft plaatsgevonden, waarbij hij heeft verwezen naar meerdere bronnen over de chaotische situatie bij de registratie van vluchtelingen in Italië. Uit deze bronnen volgt ook dat de leeftijdsbepaling eenzijdig wordt vastgesteld. [11] Uit de reactie van de Italiaanse autoriteiten blijkt dat de geboortedatum van eiser niet nader is onderzocht. In de reactie wordt ook niet concreet vermeld op basis van welke bevindingen de persoonsgegevens van eiser in Italië zijn geregistreerd. Het is verweerder die de conclusie heeft getrokken dat, doordat eiser geen documenten heeft overgelegd en er geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden, de leeftijdsregistratie is gebaseerd op de verklaringen van eiser. De rechtbank acht deze motivering van verweerder in het licht van de door eiser overgelegde bronnen onvoldoende. De rechtbank ziet op grond van voorgaande geen aanleiding om het vastgestelde gebrek te passeren.
7.4.
Dat eiser een valse geboorteakte heeft ingebracht doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. Eiser heeft dit niet ontkend en heeft hierbij een uitleg gegeven. Bij het vaststellen van de leeftijd gaat het bovendien om de presumptie van minderjarigheid en het nader onderzoek dat verweerder dient te verrichten. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van zes weken.
9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit op de aanvraag te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van
mr.B. Kingma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
2.Immigratie- en Naturalisatiedienst.
3.Met inachtneming van Werkinstructie 2025/1 Leeftijdsbepaling.
4.Pagina 12 van het verslag van het aanmeldgehoor.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.Pagina 10 en 11 van het verslag van het aanmeldgehoor en pagina 9 van het verslag van het nader gehoor.
10.Op grond van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
11.Signalering: Nadeel van de twijfel van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken van november 2020 en