ECLI:NL:RVS:2024:4086
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging meerderjarigheid vreemdeling ondanks afwijkende geboortedatumregistraties
De vreemdeling, met de Syrische nationaliteit, diende op 3 oktober 2021 een asielaanvraag in en stelde minderjarig te zijn op basis van een geboortedatum in 2004. De staatssecretaris verleende een verblijfsvergunning, maar achtte de stelling van minderjarigheid niet geloofwaardig vanwege tegenstrijdige verklaringen en vals bevonden documenten.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees op het proces-verbaal waarin de vreemdeling een geboortedatum in 2003 noemde, en op het vals bevonden Syrische bevolkingsregister. De vreemdeling voerde in hoger beroep aan dat de Oostenrijkse registratie van 2004 leidend zou moeten zijn op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat dit beginsel niet van toepassing is bij leeftijdsregistraties van andere EU-lidstaten en dat de minister zorgvuldig en gemotiveerd moet beoordelen welke waarde aan dergelijke registraties wordt toegekend. De Afdeling stelde vast dat de minister dit correct had gedaan en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij minderjarig was.
De Afdeling verwierp de grief van de vreemdeling en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de vreemdeling meerderjarig is, op basis van de geboortedatum 2003. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vreemdeling wordt als meerderjarig beschouwd op basis van geboortedatum 2003.