ECLI:NL:RVS:2024:3992
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt meerderjarigheid vreemdeling ondanks twijfel over geboortedatum
De vreemdeling, met Malinese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland en stelde minderjarig te zijn op basis van een geboortedatum in 2003. De minister van Justitie en Veiligheid verleende een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar achtte de minderjarige leeftijd niet geloofwaardig vanwege tegenstrijdige leeftijdsregistraties uit België, Italië en Zwitserland.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en bevestigde dat de minister terecht uitging van meerderjarigheid, mede op basis van een medisch leeftijdsonderzoek in België en andere officiële registraties. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op leeftijdsregistraties en dat de minister onvoldoende rekening hield met authentieke documenten en verklaringen van zijn jeugdbeschermer en psychologen.
De Raad van State komt terug op eerdere rechtspraak en stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt voor leeftijdsbeoordelingen van vreemdelingen. De minister mag leeftijdsregistraties uit andere lidstaten wel betrekken bij zijn beoordeling, mits hij dit zorgvuldig motiveert. De Afdeling oordeelt dat de minister in deze zaak de juiste procedure heeft gevolgd en dat het vermoeden van minderjarigheid is ontzenuwd. De authentieke identiteitskaart en verklaringen van hulpverleners werden meegewogen, maar konden het gewicht van de leeftijdsregistraties niet doorbreken.
De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vreemdeling meerderjarig is en verklaart het hoger beroep ongegrond.