ECLI:NL:RBDHA:2025:8920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse oud-militair wegens onvoldoende risico op vervolging door Taliban
Eiser, een Afghaanse oud-militair die werkte als bewaker bij een militair vliegveld tot de machtsovername door de Taliban, vreesde vervolging bij terugkeer naar Afghanistan. Hij vluchtte na informatie dat de Taliban naar hem zochten. De minister van Asiel en Migratie wees zijn asielaanvraag af wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte persoonlijke dreiging.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft. De vrees voor problemen met de Taliban werd niet als zelfstandig asielmotief erkend, omdat het om een toekomstige vrees gaat en eiser geen directe bedreigingen ontving. Ook het verblijf in het Westen leidt niet zonder meer tot een reëel risico.
Eiser leverde verklaringen en foto’s van vermoorde oud-militairen aan, maar deze toonden niet aan dat hij persoonlijk risico loopt. De rechtbank volgde de minister in de beoordeling dat oud-medewerkers van de voormalige overheid niet automatisch een risicogroep vormen en dat individuele omstandigheden doorslaggevend zijn.
De rechtbank wees ook op recente jurisprudentie en rapportages die aangeven dat de Taliban beperkte informatie heeft over terugkeerders. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.