ECLI:NL:RVS:2024:4647
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt hoger beroep toegewezen wegens ondeugdelijke motivering afwijzing verblijfsvergunning asiel
Een Afghaanse vreemdeling, die sinds 2015 in Nederland verblijft en meerdere asielaanvragen heeft ingediend, werd bij besluit van 20 december 2022 afgewezen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij vreesde vervolging door de Taliban vanwege zijn werkzaamheden bij een bouwbedrijf met banden met Amerikaanse bedrijven. De minister achtte deze werkzaamheden geloofwaardig, maar vond het niet aannemelijk dat hij problemen met de Taliban zou ondervinden.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze stelde vast dat de minister en rechtbank onvoldoende rekening hadden gehouden met de samenhang van individuele omstandigheden, zoals de banden van het bouwbedrijf met de Amerikanen, de machtsovername door de Taliban en het opvallende karakter van zijn terugkeer uit het Westen.
De Raad van State concludeerde dat het verblijf in het Westen op zichzelf geen reëel risico op ernstige schade oplevert, maar dat individuele factoren in samenhang beoordeeld moeten worden. De minister had het besluit ondeugdelijk gemotiveerd en daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe beslissing. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd vanwege ondeugdelijke motivering.