Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:8341

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 mei 2025
Publicatiedatum
13 mei 2025
Zaaknummer
NL25-18206
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 3 Vreemdelingenwet 2000Art. 9 lid 1 Richtlijn 2013/33/EUArt. 43 lid 2 Richtlijn 2013/32/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling

Eiseres, een Iraanse vrouw, is sinds 10 januari 2025 onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 3 april 2025 geoordeeld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 27 maart 2025 rechtmatig was.

De rechtbank beoordeelt nu alleen het voortduren van de maatregel na die datum. Eiseres stelt dat haar fysieke en mentale gezondheid is verslechterd en dat de medische zorg in detentie onvoldoende is. De rechtbank oordeelt dat eiseres toegang heeft tot adequate medische zorg, inclusief specialistische zorg buiten het detentiecentrum, zoals blijkt uit een recent gynaecologisch onderzoek. Ook mentale zorg is beschikbaar.

De rechtbank acht een detentieperiode van negen weken aanvaardbaar volgens de Opvangrichtlijn, en hoewel eiseres inmiddels ruim zestien weken in detentie verblijft, is dit op zichzelf onvoldoende om de maatregel onrechtmatig te achten. Het nader te behandelen asielberoep op 3 juli 2025 rechtvaardigt het voortduren van de maatregel. De rechtbank ziet geen redenen om het belang van eiseres zwaarder te laten wegen dan het belang van verweerder bij grensbewaking. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18206

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. F. Zeven),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. T. Stelpstra).

Procesverloop

Verweerder heeft op 10 januari 2025 aan eiseres de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiseres heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Daarbij heeft zij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiseres heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Afkari. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt de Iraanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1982.
Waarover gaat deze uitspraak?
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 3 april 2025 [1] volgt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 27 maart 2025 rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
2.1
De rechtbank is van oordeel dat de maatregel rechtmatig voortduurt. Het beroep is ongegrond. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel komt.
Is de maatregel onevenredig bezwarend voor eiseres?
3. Eiseres voert aan dat haar fysieke gezondheid sinds de uitspraak van 3 april 2025 is verslechterd. Ter onderbouwing heeft zij medische stukken overgelegd waaronder een patiëntendossier en een brief van 1 mei 2025 van het Spaarne Gasthuis waaruit blijkt dat zij een afspraak had op de polikliniek Gynaecologie. Ook mentaal heeft eiseres het zwaar. Eiseres is van mening dat de medische dienst in het detentiecentrum niet in staat is de noodzakelijke medische zorg te verlenen.
3.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder hierin geen aanleiding heeft hoeven zien om de maatregel op te heffen. Niet in geschil is dat eiseres medische klachten heeft. Echter, niet is gebleken dat eiseres geen toegang heeft tot de voor haar noodzakelijke medische zorg. In het detentiecentrum is medische zorg aanwezig. Eiseres heeft niet onderbouwd dat zij daar geen toegang toe heeft dan wel dat de medische dienst geen adequate zorg verleent. De in het detentiecentrum aanwezige medische zorg is vergelijkbaar met de medische zorg in de vrije maatschappij. Eiseres heeft niet concreet onderbouwd dat daar in haar geval geen sprake van is. En, mocht er specialistische zorg nodig zijn die niet in het detentiecentrum aanwezig is, dan zal eiseres daar toegang toe krijgen, zoals ook is gebeurd. Uit de door eiseres overgelegde stukken blijkt dat zij op 1 mei 2025 in het kader van halfjaarlijkse controle door een gynaecoloog in het Spaarne Gasthuis is onderzocht. Op zitting heeft verweerder bevestigd dat als naar aanleiding van deze controle vervolgafspraken nodig mochten zijn, eiseres daartoe toegang zal krijgen en daarnaar begeleid zal worden. Wat betreft de gestelde verslechterde mentale gezondheid als gevolg van de onzekerheid met betrekking tot haar fysieke klachten en dat het haar zwaar valt om in detentie te verblijven, overweegt de rechtbank dat dit heel begrijpelijk is, maar ook hierin heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om de belangen van eiseres zwaarder te laten wegen. Ook voor mentale zorg kan eiseres zich wenden tot de in het detentiecentrum aanwezige medische zorg. De beroepsgrond slaagt niet.
Duurt de maatregel onredelijk lang voort?
4. De rechtbank is van oordeel dat een periode van negen weken grensdetentie in ieder geval aanvaardbaar is in de zin van artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn [2] . Verweerder moet namelijk op grond van artikel 43, tweede lid, van de Procedurerichtlijn [3] in de grensprocedure binnen vier weken een besluit nemen op de asielaanvraag, waarna een termijn van een week geldt voor het instellen van beroep en vervolgens een termijn van vier weken voor de rechtbank om uitspraak te doen op dat beroep. Op de datum van behandeling van dit vervolgberoep verblijft eiseres ruim zestien weken in detentie. Naar het oordeel van de rechtbank is alleen de overschrijding van de termijn van negen weken onvoldoende om te oordelen dat de maatregel onredelijk lang voortduurt. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2024 [4] en haar eigen uitspraken van 18 november 2024 [5] en 6 december 2024 [6] . Het asielberoep wordt op 3 juli 2025 op zitting behandeld. De rechtbank ziet daarin geen aanleiding om op dit moment te oordelen dat het voortduren van de grensdetentie onrechtmatig is. Zoals hiervoor is overwogen heeft verweerder de maatregel niet onevenredig bezwarend voor eiseres hoeven achten. Hoewel begrijpelijk is dat de lange duur van de grensdetentie eiseres zwaar valt, ziet de rechtbank nu nog geen grond voor het oordeel dat het belang van eiseres bij opheffing van de maatregel zwaarder moet wegen dan het belang dat verweerder heeft bij het bewaken van de grens. De beroepsgrond slaagt niet.
Zijn er andere redenen om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten?
5. Ook ambtshalve ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig voortduurt.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af.
6.1
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L.L. Rovers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.
3.Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.