Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Syrische vrouw, diende op 28 juni 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat zij op 14 juni 2024 in Bulgarije al internationale bescherming had aangevraagd. Bulgarije accepteerde het terugnameverzoek, waarmee zij verantwoordelijk werd voor de asielprocedure.
Eiseres stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege haar traumatische ervaringen in Bulgarije, waaronder vernedering, mishandeling en slechte opvangomstandigheden. Zij verwees naar medische gegevens en rapporten die de ontoereikende psychische zorg in Bulgarije aantonen. Ook stelde zij dat verweerder haar aanvraag aan zich had moeten trekken vanwege haar persoonlijke omstandigheden en familiebanden in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije blijft gelden, mede bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak en het AIDA-rapport. De persoonlijke ervaringen van eiseres betreffen haar eerste aankomst en niet de situatie als Dublinclaimant. Er is geen aannemelijk risico dat zij bij overdracht aan Bulgarije in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro wordt behandeld. De medische zorg in Bulgarije is toereikend en Nederland is niet het meest aangewezen land voor haar behandeling.
Verweerder heeft bovendien voldoende gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de aanvraag aan zich te trekken. De familiebanden en persoonlijke omstandigheden vormen geen zodanige bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.