ECLI:NL:RBDHA:2025:793
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 23 juli 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd eerder door de rechtbank getoetst en geacht rechtmatig te zijn tot 1 november 2024. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de periode na 1 november 2024, het moment waarop het eerdere onderzoek werd gesloten. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de minister onvoldoende voortvarend is in de uitzettingsprocedure. De rechtbank oordeelde dat deze gronden niet slagen, mede omdat de situatie sinds de eerdere uitspraak ongewijzigd is en de minister meerdere rappels heeft gedaan bij de Algerijnse autoriteiten.
Daarnaast heeft eiser zelf geen inspanningen verricht om zijn terugkeer te bespoedigen, zoals het verkrijgen van identiteitsdocumenten. De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig was en dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.