ECLI:NL:RBDHA:2025:712
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verklaring van inschrijving voor Unieburger wegens onvoldoende bewijs van loonontvangst
Eiseres, een Franse Unieburger, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag om een verklaring van inschrijving voor burgers van de Unie. Verweerder had de aanvraag afgewezen omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij loon ontving en daarmee niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als economisch actieve gemeenschapsonderdaan.
Eiseres stelde dat zij sinds 2004 met tussenpozen in Nederland verblijft en dat zij een dienstverband heeft met een Nederlands bedrijf, waarbij zij per kas werd uitbetaald. Zij overlegde salarisspecificaties, bankafschriften en belastingaangiften als bewijs van loonontvangst. Verweerder vond deze stukken onvoldoende concreet om loonontvangst aan te tonen en wees erop dat geen bewijs was geleverd van een gezagsverhouding of dat zij als zelfstandige of werkzoekende kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet voldeed aan de criteria van werknemer in Unierechtelijke zin, mede omdat niet aannemelijk was gemaakt dat zij daadwerkelijk loon ontving. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro was niet onredelijk, mede gezien het langdurig onrechtmatig verblijf en het ontbreken van objectieve belemmeringen om zich in Frankrijk te vestigen.
Daarnaast was verweerder niet verplicht eiseres te horen in de bezwaarfase omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een verklaring van inschrijving wordt ongegrond verklaard.