ECLI:NL:RBDHA:2025:5632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht naar Bulgarije
Eiser heeft op 15 oktober 2024 asiel aangevraagd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser eerder in Bulgarije een verzoek om internationale bescherming had ingediend, waardoor Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens het Dublin-verdrag.
Eiser stelde dat overdracht naar Bulgarije niet mogelijk is omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege tekortkomingen in de Bulgaarse opvang en asielprocedure, zoals beschreven in het AIDA-rapport 2023. Hij verwees naar een eerdere tussenuitspraak van de rechtbank Rotterdam die stelde dat er mogelijk geen effectief rechtsmiddel is tegen uitsluiting van opvang in Bulgarije.
De rechtbank Den Haag oordeelt echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Bulgarije structureel tekortschiet in het nakomen van internationale verplichtingen. De rechtbank volgt hiermee de recente jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter en wijkt niet af van het oordeel dat er wel een effectief rechtsmiddel bestaat.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 20 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.