ECLI:NL:RBDHA:2025:5630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht naar Bulgarije ongegrond verklaard
Eiser diende op 31 augustus 2024 een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublin-verordening. Eiser stelde dat overdracht naar Bulgarije niet mogelijk was vanwege schrijnende omstandigheden in Bulgaarse opvangcentra en zijn persoonlijke ervaringen van mishandeling en onmenselijke behandeling door Bulgaarse autoriteiten, wat leidde tot ernstige psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Bulgarije niet voldoet aan zijn internationale verplichtingen of dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Ook concludeerde de rechtbank dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarnaast werd overwogen dat verweerder geen advies van het Bureau Medische Advisering hoefde op te vragen omdat eiser geen objectieve medische stukken had overgelegd die het risico op suïcide bij overdracht aannemelijk maken. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitspraak in het beroep was gedaan en er geen connexiteit meer was.
De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 20 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublin-overdracht naar Bulgarije is ongegrond verklaard.