ECLI:NL:RBDHA:2025:5600
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland om haar overleden zoon te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen wegens twijfel over haar terugkeer, gebaseerd op onvoldoende aangetoonde sociale en economische binding met Iran.
In bezwaar werd het besluit bevestigd en eiseres stelde dat zij onterecht niet gehoord was en dat nieuwe argumenten werden toegevoegd zonder haar mogelijkheid tot weerwoord, wat volgens haar het beginsel van hoor en wederhoor schond. De rechtbank oordeelde dat het horen niet verplicht was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat de aanvullende argumenten geen nieuwe gronden vormden.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van duurzame middelen van bestaan van haar garantsteller en onvoldoende sociale en economische banden met Iran. Hierdoor bestond redelijke twijfel over haar terugkeer. Het beroep tegen het besluit werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Beroep ongegrond voor visumafwijzing; beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk; proceskostenveroordeling verweerder.