ECLI:NL:RVS:2021:885
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en opheffing bewaring wegens onrechtmatigheden en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 16 maart 2021 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat de bewaring op 12 maart 2021 op een onjuiste wettelijke grondslag was opgelegd en dat de vreemdeling tussen 10:00 en 12:40 uur op 16 maart 2021 zonder wettelijke titel werd vastgehouden. Deze opeenstapeling van ernstige gebreken leidde tot een onrechtmatige vrijheidsontneming.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en bepaalde dat de bewaring met ingang van de uitspraak werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van €4.200 toegekend voor de periode van onrechtmatig verblijf, en werden proceskosten van €1.602 aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens onrechtmatigheden en er wordt een schadevergoeding toegekend.