Eiser diende op 12 mei 2022 een asielaanvraag in, die door de minister op 9 december 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond, voornamelijk vanwege twijfels over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst gebaseerd op een taalanalyse. De rechtbank oordeelt dat eiser het rapport van de taalanalyse niet tijdig heeft ontvangen, waardoor hij niet adequaat kon reageren, wat een zorgvuldigheidsgebrek oplevert.
Daarnaast heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom de overgelegde identiteitsdocumenten van eiser van weinig waarde zouden zijn en is onvoldoende rekening gehouden met de medische problematiek en trauma van eiser tijdens het nader gehoor. De rechtbank beoordeelt het rapport taalanalyse kritisch en concludeert dat de minister niet heeft aangetoond dat dit rapport zorgvuldig en overtuigend tot stand is gekomen.
De minister heeft de uitkomsten van de taalanalyse ten onrechte gebruikt om te concluderen dat eiser heeft misleid over zijn nationaliteit en identiteit. Hierdoor is het besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.