ECLI:NL:RBDHA:2025:3448
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting afgewezen
De eiser, een Algerijnse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring die op 26 oktober 2024 was opgelegd. Hij stelde dat er geen zicht meer was op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn en dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde.
De rechtbank overwoog dat eerdere toetsingen de rechtmatigheid van de maatregel tot 22 januari 2025 bevestigden. Vanaf die datum werd beoordeeld of de maatregel nog gerechtvaardigd was. De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn dat uitzetting onmogelijk is, mede vanwege het aantal afgegeven laissez-passer door Algerijnse autoriteiten en het ontbreken van concrete bewijsstukken dat de nationaliteit of identiteit onjuist zijn vastgesteld.
Verder vond de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend handelt, met regelmatige vertrekgesprekken en rappelleringen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.