ECLI:NL:RBDHA:2024:21624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak afgewezen
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde om zijn vertrek te realiseren.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot 7 november 2024 rechtmatig was en beoordeelde vervolgens of het voortduren daarna nog gerechtvaardigd was. Verweerder overlegde dat de Algerijnse autoriteiten in 2024 reeds 116 laissez-passer hadden afgegeven en dat er geen concrete aanwijzingen waren dat in het geval van eiser zicht op uitzetting ontbrak.
Daarnaast bleek uit de stukken dat de overheid regelmatig vertrekgesprekken voerde en rappels verstuurde, en dat eiser zelf geen inspanningen had verricht om documenten te verkrijgen. De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.