Eiser, een Britse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 29 augustus 2022 een asielaanvraag in die aanvankelijk werd afgewezen omdat Groot-Brittannië als veilig land van herkomst werd beschouwd. Na eerdere vernietiging van dat besluit door de rechtbank, stelde de minister de asielaanvraag buiten behandeling omdat eiser Nederland had verlaten en teruggekeerd was naar Groot-Brittannië. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de buitenbehandelingstelling niet-ontvankelijk was, omdat eiser geen actueel belang meer had bij de inhoudelijke beoordeling van zijn asielaanvraag nu hij zelfstandig naar zijn land van herkomst was teruggekeerd. Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod was wel ontvankelijk en gegrond, omdat het terugkeerbesluit onrechtmatig was uitgevaardigd terwijl eiser zich niet meer op Nederlands grondgebied bevond.
De rechtbank vernietigde het terugkeerbesluit en het inreisverbod en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten aan eiser. Daarnaast wees de rechtbank erop dat voor het verkrijgen van een dwangsom eiser zich tot de burgerlijke rechter moet wenden.