Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen
[betrokkene], betrokkene, uit [woonplaats] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres, als bewindvoerder van betrokkene, verzocht bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor de kosten van bewindvoering en eenmalige bankkosten. De Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (ISD) wees de aanvraag af omdat betrokkene voldoende draagkracht uit vermogen heeft om deze kosten zelf te betalen.
De rechtbank beoordeelde de draagkrachtberekening van de ISD, die was gebaseerd op beleidsregels waarin draagkracht uit vermogen wordt vastgesteld op het saldo boven 150% van het minimuminkomen. De rechtbank oordeelde dat deze beleidsregels binnen redelijke grenzen blijven en dat de ISD terecht geen rekening hoefde te houden met toeslagen zoals huur-, zorg- en energietoeslag bij de draagkrachtberekening.
Eiseres voerde aan dat de berekening onjuist was en dat toeslagen ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten, maar de rechtbank verwierp deze gronden. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel slaagde niet. De rechtbank benadrukte dat de Participatiewet een vangnet is en dat betrokkene zelf verantwoordelijk is voor de voorziening in de kosten, ook als hij onder bewind staat.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt. De rechtbank wees erop dat een nieuwe draagkrachtberekening mogelijk is indien de omstandigheden wijzigen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wordt ongegrond verklaard wegens voldoende draagkracht uit vermogen.