Eiser, een Turkse zelfstandige ondernemer in de elektrotechniek, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan het mvv-vereiste en niet voldeed aan het documentatievereiste, waaronder het ontbreken van een adequaat ondernemingsplan met een toegespitste markt- en concurrentieanalyse.
Eiser voerde aan dat hij alle redelijkerwijs beschikbare stukken had overgelegd en dat de aanvraag aan de Raad voor de Ondernemingsvaart (RvO) voorgelegd had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat het ondernemingsplan te algemeen was, onvoldoende onderbouwd met objectief verifieerbare stukken, en dat essentiële documenten zoals gespecificeerde verkoopfacturen, jaarrekeningen en bewijs van vakinhoudelijke competenties ontbraken.
De rechtbank verwierp ook het beroep op positieve RvO-adviezen in andere zaken en de stelling dat de documentatievereisten in strijd waren met de standstill-bepaling. Daarnaast werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser geen steekhoudende verklaring had gegeven voor het ontbreken van documenten.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag werd bevestigd. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.