ECLI:NL:RBDHA:2023:4114
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende hoorplicht
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende zelfstandige, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van zelfstandige arbeid. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aantoonde duurzaam over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Tevens verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond zonder eiser te horen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij heeft afgezien van het horen van eiser, ondanks dat eiser expliciet om een hoorzitting had verzocht. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin het uitgangspunt is dat een vreemdeling in bezwaar moet worden gehoord, vooral bij beslissingen die afhangen van individuele belangenafwegingen.
Verweerder had het bezwaar ten onrechte afgewezen zonder hoorzitting, ook al had eiser geen aanvullende stukken ingediend binnen een stilzwijgend verleend uitstel. De rechtbank benadrukt dat een hoorzitting meer duidelijkheid had kunnen verschaffen over onduidelijkheden en ontbrekende informatie.
De rechtbank beveelt verweerder aan de in beroep ingediende stukken mee te nemen bij de herbeoordeling en stelt een termijn van zestien weken voor het nemen van een nieuw besluit. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van het afzien van hoorplicht.