Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 19 november 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw). Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 26 november 2025.
Eiser voerde aan dat de maatregel een motiveringsgebrek bevatte, omdat onjuist was vermeld dat Kroatië de verantwoordelijke lidstaat was, terwijl dat Duitsland is. Tevens stelde hij dat hij onjuist was geïnformeerd tijdens het gehoor en dat zijn medische situatie onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende concrete aanknopingspunten waren voor toepassing van de Dublinverordening, mede op basis van Eurodac-treffers. Het was niet vereist dat het verantwoordelijke land bij het opleggen van de maatregel al bekend was. De zware gronden voor bewaring, waaronder het niet beschikken over een paspoort en het onttrekken aan toezicht, waren feitelijk juist. Ook was er een significant risico op onderduiken. De medische situatie van eiser werd adequaat meegenomen. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.