ECLI:NL:RBDHA:2026:827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling met medische klachten
De minister van Asiel en Migratie legde op 19 november 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Turkse vreemdeling, die hiertegen beroep instelde tegen het voortduren van deze maatregel. Eiser voerde aan dat zijn medische situatie, met name toegenomen epileptische insulten door stress, maakte dat hij detentieongeschikt was en dat een lichtere maatregel, zoals een meldplicht, passend was.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de maatregel vanaf 19 december 2025, het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep. Uit het medisch dossier bleek dat eiser niet verstoken was van medische zorg en dat de medische dienst de recente insulten toeschreef aan stress. Een verwijzing naar een neuroloog had niet plaatsgevonden, maar de rechtbank achtte de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig aan die in de vrije maatschappij.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de bewaring, waaronder het risico op onttrekking aan toezicht, nog steeds van toepassing waren. De stelling dat een lichtere maatregel passend was vanwege medische omstandigheden werd onvoldoende onderbouwd geacht. Ook de ambtshalve toetsing leidde niet tot onrechtmatigheid van de maatregel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.