ECLI:NL:RVS:2018:919
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling onder Dublinverordening
De vreemdeling werd op 2 augustus 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde dit onrechtmatig en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de Dublinverordening van toepassing was op de vreemdeling, waardoor een aparte grondslag voor inbewaringstelling bestond. De inbewaringstelling was derhalve rechtmatig. Daarnaast faalden de bezwaren van de vreemdeling tegen de staandehouding en het gebruik van een lichter middel.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de inbewaringstelling wordt als rechtmatig bevestigd.