Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De grondslag voor ontneming
- opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
4.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
MDMAhet inkoopbedrag aanhoudt dat in het proces-verbaal van bevindingen betreffende de kasopstelling staat opgenomen, namelijk € 227,84. De verdediging heeft dit bedrag niet gemotiveerd betwist.
cocaïnehoudt de rechtbank het inkoopbedrag per kilogram aan dat in het rapport wordt genoemd, namelijk € 22.255,00 per kilogram. De rechtbank heeft bewezenverklaard dat de veroordeelde 564,4 gram cocaïne voorhanden had in plaats van 579,2 gram. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veroordeelde (€ 22.255,00 × 0,5644) € 12.560,72 heeft uitgegeven aan cocaïne.
amfetamine(pasta)heeft de verdediging aangevoerd dat er in het proces-verbaal van bevindingen betreffende de kasopstelling een onjuiste inkoopprijs wordt gehanteerd. Blijkens jurisprudentie wordt namelijk een bedrag van
GHBaangevoerd dat een te hoge inkoopprijs per liter wordt gehanteerd, nu het proces-verbaal van bevindingen betreffende de kasopstelling uitgaat van een bedrag van € 195,00 per liter.
Inkoop verdovende middelen € 17.844,94 +
5.De vaststelling van de betalingsverplichting
6.Het toepasselijke wetsartikel
7.De beslissing
€ 16.570,87;
€ 0,00aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.