Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Beslissing op de vordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht
[veroordeelde] ,
OVERWEGINGEN
middel eenheden inkoop totaal verkoop totaal
€ 96,--€ 4,--
€ 192,—
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel heeft op 5 juni 2018 een beslissing genomen op de vordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde, een 67-jarige man, was eerder veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
De officier van justitie vorderde een bedrag van €133.687,00 als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, maar de raadsman betwistte deze schatting en stelde een bedrag van €25.288,00 voor, met een verzoek tot beperking van de betalingsverplichting tot de waarde van het beslag van €1.585,00 vanwege de beperkte draagkracht van de veroordeelde.
De rechtbank heeft de door de raadsman aangevoerde correcties op de hoeveelheden en prijzen van de drugs en de juridische status van bepaalde stoffen overgenomen, wat leidde tot een lagere schatting van het voordeel. De winst werd berekend op €44.288,16 over een periode van twee jaar. De rechtbank oordeelde dat niet aanstonds duidelijk was dat de veroordeelde geen draagkracht heeft en wees het verzoek tot matiging af.
De rechtbank legde de betalingsverplichting van €44.288,16 op aan de veroordeelde, met de mogelijkheid voor hem om in de toekomst een verzoek tot herziening in te dienen indien blijkt dat hij daadwerkelijk niet kan betalen.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €44.288,16 aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in harddrugs.