ECLI:NL:RBDHA:2025:17258
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet en beroep gegrond wegens onvoldoende medische beoordeling bij Dublinoverdracht
Opposante diende beroep in tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag, waarbij de rechtbank op 9 juli 2025 het beroep kennelijk ongegrond verklaarde zonder zitting. Opposante maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende ernstige psychische klachten te hebben, waaronder suïciderisico, en dat een zitting noodzakelijk was geweest om deze omstandigheden toe te lichten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet buiten redelijke twijfel ongegrond was verklaard, omdat onvoldoende rekening was gehouden met de bijzondere medische omstandigheden van opposante. Het verzet werd daarom gegrond verklaard, waardoor de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd hervat.
Bij de zitting over het verzet werd tevens uitspraak gedaan op het beroep. De rechtbank concludeerde dat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Opposante kon echter niet aannemelijk maken dat de opvang in Frankrijk ontoereikend is of dat klagen zinloos is.
Wel oordeelde de rechtbank dat verweerder had moeten overleggen met het Bureau Medische Advisering (BMA) vanwege het ernstige suïciderisico en de psychische kwetsbaarheid van opposante, voordat het besluit werd genomen. Het ontbreken van een dergelijke medische beoordeling maakte het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van opposante.
Uitkomst: Het verzet en beroep worden gegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende medische beoordeling voorafgaand aan overdracht.