Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
9 oktober 2024 [5] , welke uitspraak nadien meerdere keren is bevestigd [6] , volgt dat de minister nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. De Afdeling heeft in deze uitspraken toegelicht dat niet is gebleken van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Kroatië, waarvan de minister niet onkundig kon zijn en op grond waarvan de vreemdeling niet had mogen worden overdragen aan Kroatië. De Afdeling is daarbij ook ingegaan op de door eisers gestelde pushbacks en heeft daarbij expliciet het door eiser aangehaalde rapport van het Centre for Peace Studies van 19 januari 2024, alsmede de informatie van VluchtelingenWerk Nederland, betrokken. Over de druk op de opvang in Kroatië heeft de Afdeling geoordeeld dat het opvangsysteem in Kroatië onder druk heeft gestaan, maar dat dit niet betekent dat een persoon die aan Kroatië wordt overgedragen en die volledig afhankelijk is van overheidssteun, buiten zijn wil en eigen keuzes om, terechtkomt in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie.