ECLI:NL:RBDHA:2025:1694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens motiveringsgebrek bij toepassing artikel 17 Dublinverordening
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat Kroatië zich niet houdt aan internationale verplichtingen en dat hij persoonlijk risico loopt bij overdracht.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro strijdige behandeling in Kroatië. De persoonlijke ervaringen van eiser in Kroatië zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Echter, de rechtbank constateert een motiveringsgebrek bij de minister ten aanzien van de beoordeling van bijzondere omstandigheden in het kader van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, met name over contacten van eiser met de Nederlandse ambassade en zijn bemiddelende rol. Dit motiveringsgebrek wordt ter zitting door de minister hersteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waardoor de minister de aanvraag niet alsnog hoeft te behandelen en overdracht aan Kroatië mogelijk blijft. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.