Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse Unieburger, kreeg bij besluit van 2 november 2023 het verblijfsrecht op grond van het Unierecht beëindigd omdat hij sinds 31 juli 2022 niet meer aan de vereisten voldeed. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het toetsingskader van het nationale Vreemdelingenbesluit 2000 toepaste, in lijn met de Verblijfsrichtlijn. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij gedurende vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf en reële arbeid had verricht, zoals vereist voor duurzaam verblijf. Ook was niet gebleken dat hij voldoende middelen had of een duurzame relatie voerde.
De belangenafweging door verweerder werd als zorgvuldig beoordeeld, waarbij onder meer het feit dat eiser sinds 1 februari 2023 een bijstandsuitkering ontvangt en niet arbeidsongeschikt is, werd meegewogen. De rechtbank concludeerde dat het belang van verwijdering zwaarder weegt dan het belang van eiser om te blijven. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht wordt beëindigd.