ECLI:NL:RBDHA:2025:12344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 28 januari 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst in uitspraken van 25 februari, 8 april en 20 mei 2025. In deze procedure toetst de rechtbank uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het laatste onderzoek op 13 mei 2025.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzetting naar Algerije en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelt dat de minister maandelijks heeft gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten en voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder recente vertrekgesprekken met eiser. Het ontbreken van een presenteerdatum en de duur van de bewaring zijn onvoldoende om het beroep gegrond te verklaren.
Ook het betoog dat zicht op uitzetting ontbreekt wordt verworpen, mede gelet op eerdere uitspraken waarin zicht op uitzetting werd aangenomen. De rechtbank ziet geen nieuwe feiten die aanleiding geven tot wijziging van de maatregel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de voortzetting van de maatregel van bewaring. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.