ECLI:NL:RBDHA:2025:12102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielverblijfsvergunning
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende persoon, heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag in een verlengde procedure ingewilligd op grond van de b-grond (artikel 29, eerste lid, onder b, Vw). Eiser betwist deze grondslag en stelt dat hij erkend had moeten worden als vluchteling op de a-grond (artikel 29, eerste lid, onder a, Vw), vanwege gewetensbezwaren tegen militaire dienstplicht.
Eiser voert aan dat hij belang heeft bij de procedure omdat een wetsvoorstel in behandeling is dat gezinshereniging voor personen met een verblijfsvergunning op de b-grond zal bemoeilijken. Hij vreest dat dit wetsvoorstel van toepassing kan zijn op zijn reeds ingediende nareisaanvraag. De rechtbank toetst of er sprake is van procesbelang, waarbij zij verwijst naar vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelt dat procesbelang ontbreekt omdat het onzeker is of het wetsvoorstel wordt aangenomen en of het invloed zal hebben op de nareisaanvraag. De situatie betreft een onzekere toekomstige gebeurtenis waarop geen voorschot kan worden genomen. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en wordt geen inhoudelijke beoordeling gegeven. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.