ECLI:NL:RVS:2017:3298

Raad van State

Datum uitspraak
1 december 2017
Publicatiedatum
4 december 2017
Zaaknummer
201708356/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen buiten behandeling stelling verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris bij besluit van 30 augustus 2017 buiten behandeling werd gesteld. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure bleek dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde. De Afdeling overwoog dat dit impliceert dat de vreemdeling kennelijk geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Het feit dat de vreemdeling mogelijk elders asiel zou aanvragen, werd als een onzekere toekomstige gebeurtenis beschouwd die niet afdoet aan het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.

Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 1 december 2017.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.

Uitspraak

201708356/1/V1.
Datum uitspraak: 1 december 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 11 oktober 2017 in zaak nr. NL17.8471 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 30 augustus 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.
Bij uitspraak van 11 oktober 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt.
2.    Nu - naar niet in geschil is - de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, stelt hij kennelijk geen prijs meer op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. Dat hij, zoals de gemachtigde ter zitting van de rechtbank heeft verklaard, mogelijk ergens anders weer opduikt en asiel aanvraagt, is een onzekere toekomstige gebeurtenis en doet daarom aan het voorgaande niet af. Aldus heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
3.    Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.
w.g. Lubberdink    w.g. De Groot
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2017
210.