ECLI:NL:RBDHA:2024:9890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stelling verblijfsvergunning medische behandeling wegens niet betalen leges onterecht
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel medische behandeling. De staatssecretaris stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser de leges van €1.139,- niet had betaald en geen vrijstelling kon aantonen. Eiser had verzocht om vrijstelling wegens onvermogendheid en een beroep gedaan op artikel 8 EVRM Pro, maar de staatssecretaris wees dit af zonder toetsing aan artikel 8.
De rechtbank oordeelde dat er op het moment van aanvraag geen jaar uitstel van vertrek was verleend, waardoor geen automatische vrijstelling van leges gold. De enkele stelling van eiser dat hij onvermogend was, was onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken zoals inkomensverklaringen of verklaringen van derden. De staatssecretaris handelde terecht in het verlangen van bewijs.
Echter, de staatssecretaris had wel moeten beoordelen of het heffen van leges in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, zeker omdat eiser hier expliciet een beroep op had gedaan. Het nalaten hiervan leidde tot een motiveringsgebrek in het besluit. Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en droeg de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling stelling wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent artikel 8 EVRM.