ECLI:NL:RBDHA:2024:9636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, van Eritrese nationaliteit, werd op 18 mei 2024 geplaatst in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege herhaald agressief gedrag en een incident met doodsbedreigingen aan personeel. Tegelijkertijd werd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd die op 21 mei 2024 werd opgeheven nadat eiser vrijwillig de HTL verliet.
Eiser voerde aan dat het incident onjuist was beschreven, dat het medisch advies onvoldoende was, dat lichtere maatregelen niet waren overwogen en dat zijn privacyrechten werden geschonden. De rechtbank oordeelde dat het procesbelang aanwezig is omdat bij gegrondverklaring recht op schadevergoeding bestaat en dat de beschrijving van het incident op meerdere verklaringen is gebaseerd en niet onjuist is.
De medische situatie van eiser stond plaatsing niet in de weg, en de staatssecretaris had de vrijheidsbeperkende maatregel voldoende gemotiveerd. Ook was de keuze van eiser om de opvang te verlaten weloverwogen en correct begeleid. De rechtbank concludeerde dat de HTL-maatregel en vrijheidsbeperkende maatregel rechtmatig zijn opgelegd en dat de beroepen ongegrond zijn.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard.