ECLI:NL:RBDHA:2024:9579
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 maart 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder op 15 april 2024 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 9 april 2024 nog steeds rechtmatig is. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de Algerijnse autoriteiten niet reageren op de aangevraagde laissez-passer. De rechtbank oordeelt echter dat slechts enkele maanden zijn verstreken sinds de aanvraag en dat de Algerijnse autoriteiten niet hebben aangegeven geen laissez-passer te zullen verstrekken.
Daarnaast blijkt uit het vertrekgesprek dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn vertrek te bespoedigen, terwijl hij daartoe verplicht is. De rechtbank ziet geen andere gronden om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen. Daarom verklaart zij het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.