Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 4 november 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag op 12 maart 2024 niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Italië. De rechtbank behandelde het beroep op 16 april 2024.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van informatie van de Italiaanse autoriteiten waaruit blijkt dat de asielstatus van eiser niet is ingetrokken, ondanks het verlopen van de verblijfsvergunning in 2020. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij geen bescherming meer geniet of dat de status niet verlengd kan worden.
Verder is het beroep op het ontbreken van banden met Italië en het bestaan van familie in Nederland onvoldoende om de niet-ontvankelijkverklaring te weerleggen. Ook het beroep op materiële deprivatie bij terugkeer naar Italië faalt, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang heeft tot huisvesting of werk of dat hij bijzonder kwetsbaar is.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie en het interstatelijk vertrouwensbeginsel en concludeert dat het beroep ongegrond is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.