ECLI:NL:RVS:2022:669
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen wegens subsidiaire bescherming in Polen
De staatssecretaris heeft op 24 november 2021 asielaanvragen van twee vreemdelingen niet-ontvankelijk verklaard omdat zij in Polen een subsidiaire beschermingsstatus genieten. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten, stellende dat de staatssecretaris zich niet voldoende had vergewist van hun verblijfsrechtelijke situatie in Polen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de brief van de Poolse autoriteiten voldoende informatie bevatte om aan te nemen dat de subsidiaire beschermingsstatus nog steeds van kracht is, ondanks het verlopen van het verblijfsdocument. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat nader onderzoek nodig was en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De vreemdelingen voerden aan dat terugkeer naar Polen niet redelijk is vanwege persoonlijke omstandigheden en veiligheidsrisico's, maar de Raad van State volgde de staatssecretaris in het standpunt dat aan de voorwaarden van het Vreemdelingenbesluit 2000 is voldaan. Het beroep van de vreemdelingen werd ongegrond verklaard.
De Raad van State besloot het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond te verklaren, het vonnis van de rechtbank te vernietigen en het beroep van de vreemdelingen ongegrond te verklaren.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.