ECLI:NL:RBDHA:2024:8314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning studie wegens onvoldoende studievoortgang en SIS-signalering
Eiseres had een verblijfsvergunning voor studie die per 1 mei 2022 werd ingetrokken vanwege onvoldoende studievoortgang, zoals gemeld door de onderwijsinstelling. Verweerder legde een terugkeerbesluit op en registreerde eiseres in het Schengen Informatiesysteem (SIS).
Eiseres stelde dat de intrekking in strijd was met de doelstelling van de Studierichtlijn, die migratie zou moeten stimuleren en administratieve belemmeringen verminderen. Tevens voerde zij aan dat verweerder haar individuele omstandigheden onvoldoende had betrokken, terwijl dit volgens artikel 21, zevende lid, van de Studierichtlijn verplicht is. Ook stelde zij dat de SIS-signalering vooraf op rechtmatigheid had moeten worden getoetst.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in strijd met de Studierichtlijn heeft gehandeld en de eis dat eiseres ingeschreven staat bij een erkende onderwijsinstelling terecht stelde. De individuele omstandigheden zijn voldoende meegewogen, waarbij de onderwijsinstelling primair verantwoordelijk is voor de beoordeling van studievoortgang. De SIS-signalering was verplicht op grond van de Verordening 2018/1860 en behoefde geen afzonderlijke rechtmatigheidstoetsing.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres moet Nederland verlaten. Zij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard.