ECLI:NL:RBDHA:2024:822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet afgewezen
De staatssecretaris heeft op 25 juli 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 lid 1 onder Pro a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het beroep op 19 januari 2024 behandeld via telehoor, waarbij eiser in het detentiecentrum te Rotterdam verscheen met gemachtigde en tolk.
Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting is omdat de Marokkaanse autoriteiten geen match vonden op basis van vingerafdrukken en dat een nieuwe laissez passer-aanvraag onduidelijk is. Tevens voerde eiser aan dat een lichter middel volstaat en bood aan zich wekelijks te melden bij de vreemdelingenpolitie.
De staatssecretaris stelde dat de maatregel rechtmatig is en dat er zicht op uitzetting bestaat, mede doordat een nieuwe lp-aanvraag is ingediend met aanvullende documenten, waaronder een kopie van de Oekraïense verblijfsvergunning. Eiser werkt echter onvoldoende mee aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, wat voor zijn rekening en risico komt.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende reden is om aan te nemen dat de uitzetting naar Marokko mogelijk is, mede door de nieuwe lp-aanvraag en het feit dat eiser niet meewerkt aan het verkrijgen van benodigde documenten. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.