Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
12 maart 2024 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer SGR 22/5573 niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen met de zaaknummers SGR 22/5569, SGR 22/5592 en SGR 22/5578 gegrond;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 97.475 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 125;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 875;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.625;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiseres te vergoeden;
- draagt de Staat en verweerder op om de toegekende vergoedingen en het griffierecht te betalen op een bankrekening die op naam staat van eiseres;
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak.
Overwegingen
€ 100.673. Deze naheffingsaanslag heeft betrekking op de navolgende 28 auto’s:
- of sprake is van schending van het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel;
- of het opleggen van een naheffingsaanslag mogelijk is nadat het belastbare feit zich heeft voorgedaan;
- of de naheffingsaanslag aan de juiste belastingplichtige is opgelegd;
- of de heffing van Bpm in strijd is met het Unierecht;
- of sprake is van een leemte in de wetgeving aangezien een voertuig ten hoogste zes dagen na de aangifte in ongewijzigde staat beschikbaar moet worden gehouden;
- of Domeinen Roerende Zaken (DRZ) een onafhankelijke partij is;
- of de door verweerder gehanteerde repartietarieven in strijd zijn met artikel 110 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);
- of het in aanmerking nemen van 72% van de schade in strijd is met artikel 110 VWEU Pro;
- of recht bestaat op leeftijdskorting;
- of bij de geregistreerde auto’s 1 t/m 26 is uitgegaan van een juiste CO2-uitstoot;
- of bij de berekening van de BPM van auto’s 1, 2, 12 en 17 uitgegaan is van een te lage consumentenprijs;
- of de rechtbank verplicht is tot het stellen van prejudiciële vragen;
- of de werkelijke proceskosten moeten worden vergoed;
- de hoogte en de verschuldigdheid van griffierecht;
- of wettelijke rente verschuldigd is over het griffierecht.