ECLI:NL:RBDHA:2024:3457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van gezinsleden in de zin van artikel 2, aanhef en onder g, van de Dublinverordening, omdat eiser zijn partner en haar minderjarige kinderen niet in het land van herkomst kende en geen biologische vader is van de kinderen. De claim aan Spanje is daarom rechtsgeldig.
Verder is onvoldoende gebleken dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser heeft geen concrete aanwijzingen geleverd dat Spanje zijn asielprocedure niet adequaat uitvoert.
Ook is geen sprake van een onevenredige hardheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat passende medische zorg in Spanje ontbreekt of dat overdracht tot een ernstige gezondheidsschade leidt.
Tot slot is het voornemen en besluit voldoende gemotiveerd en zijn alle bezwaren van eiser inhoudelijk beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.