Eiser, woonachtig in België en gerechtigd tot zorg op grond van de Europese Verordening 883/2004, betwist de inhouding van de buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) op zijn bedrijfspensioen over het zorgjaar 2020. Hij stelt dat bedrijfspensioenen niet gelijkgesteld mogen worden met wettelijke pensioenen en beroept zich op het arrest Knauer van het Hof van Justitie van de Europese Unie en andere jurisprudentie.
De rechtbank overweegt dat het arrest Knauer niet inhoudt dat bedrijfspensioenen buiten beschouwing moeten blijven bij de berekening van de buitenlandbijdrage. Ook eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep bevestigen dit standpunt. De rechtbank volgt deze jurisprudentie en wijst het beroep af.
Eiser verschijnt niet op de zitting, maar heeft wel aanvullende stukken ingediend. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het griffierecht af en kent geen proceskosten toe. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.