ECLI:NL:RBDHA:2024:2063
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende motivering interstatelijk vertrouwensbeginsel Bulgarije
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 25 september 2023 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij eerder op 16 augustus 2023 in Oostenrijk een verzoek om internationale bescherming had gedaan. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije nog kan worden aangenomen, mede gelet op eiser's persoonlijke ervaringen en eerdere jurisprudentie over systeemfouten in de Bulgaarse opvang en detentie.
Eiser heeft onder meer verklaard dat hij 20 dagen in een gesloten opvangcentrum in Sofia verbleef onder slechte hygiënische omstandigheden, mishandeld werd en geen medische hulp ontving. De rechtbank acht deze verklaringen aannemelijk en concludeert dat er voldoende aanknopingspunten zijn voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro bij overdracht naar Bulgarije. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom artikel 17, eerste lid, Dublinverordening niet van toepassing is, ondanks de bijzondere persoonlijke omstandigheden van eiser.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd.