ECLI:NL:RBDHA:2024:19482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 20 november 2024 de beroepen van eisers behandeld tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen. De minister had deze aanvragen afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eisers betoogden dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door standaardvoornemens te gebruiken en geen rekening te houden met hun individuele omstandigheden, waaronder medische behandelingen van hun dochter.
De rechtbank oordeelde dat een voornemen een voorbereidingshandeling is en dat het gebruik van standaardvoornemens niet per definitie onzorgvuldig is. De motivering was voldoende toegespitst op de situatie van eisers, die ook in hun aanmeldgehoor hadden verklaard verre familie in Nederland te hebben. De minister had bovendien voldoende gelegenheid geboden om een zienswijze in te dienen, ondanks dat eisers en hun gemachtigde niet verschenen waren bij een afspraak.
Verder stelde de rechtbank vast dat de minister terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat de medische situatie van de dochter niet leidde tot bijzondere omstandigheden die een overdracht aan Duitsland onevenredig zouden maken. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de besluiten tot niet in behandeling nemen van de aanvragen bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.