ECLI:NL:RBDHA:2024:17863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, een Palestijnse asielzoeker, diende op 27 april 2024 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser op 25 maart 2024 in Kroatië internationale bescherming had gevraagd.
Eiser betwistte dit en verwees naar eerdere pushbacks en detentie in Kroatië, en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. Hij verwees naar recente rechtbankuitspraken die twijfels uitten over de veiligheid en asielprocedure in Kroatië.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat, mede op basis van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt bij terugkeer naar Kroatië. Ook is het beleid omtrent de terughoudende toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro juist toegepast.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.