ECLI:NL:RBDHA:2024:17368
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 27 februari 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Algerijnse vreemdeling, die sindsdien voortduurt. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld via telehoor op 18 oktober 2024.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek op 13 september 2024 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna. Eiser stelde dat het zicht op uitzetting ontbreekt omdat hij al bijna acht maanden in bewaring zit, coöperatief is en wil terugkeren, maar de uitzetting niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat het niet doorgaan van de uitzetting niet betekent dat het zicht op uitzetting ontbreekt, mede omdat een nieuwe presentatie bij de Algerijnse autoriteiten gepland stond en deze meewerken aan het verstrekken van een noodzakelijke laissez-passer.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet volledig medewerking verleent aan zijn uitzetting, ondanks zijn rechtsplicht daartoe. De minister heeft voldoende voortvarend gehandeld door onder andere te appelleren op de laissez-passer-aanvraag en het voeren van vertrekgesprekken. De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig voortduurt, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.