ECLI:NL:RBDHA:2024:17265
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser, een Syrische asielzoeker, tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, ongegrond verklaard. De minister stelde dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat de opvangfaciliteiten in Spanje ondermaats zijn en dat hij een zwaarwegend belang heeft bij opvang die aan minimumeisen voldoet. Hij verwees naar diverse rapporten en een inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Spanje om zijn stellingen te onderbouwen. Tevens stelde hij dat het indienen van een klacht bij de Spaanse autoriteiten zinloos zou zijn en dat de minister het verzoek op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan worden toegepast ten aanzien van Spanje. De aangehaalde rapporten en de inbreukprocedure boden geen concreet bewijs van structurele tekortkomingen die een uitzondering rechtvaardigen. Ook waren er geen bijzondere individuele omstandigheden die een overdracht aan Spanje onevenredig hard zouden maken.
Daarom werd het beroep kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.